Begin vanaf nul — de basale wiskunde die je nodig hebt voor alles anders
Vermenigvuldigen is hetzelfde getal steeds opnieuw optellen. 4 × 3 betekent "vier keer drie": 3 + 3 + 3 + 3 = 12. Een mooi plaatje is een rooster. 4 rijen van 3 stippen is 12 stippen, en dat is ook de oppervlakte van een rechthoek van 4 bij 3.
Delen is eerlijk verdelen, of vragen "hoeveel passen erin?". 12 ÷ 3 vraagt hoeveel keer 3 samen 12 maken. Het antwoord is 4. Soms verdelen dingen niet gelijkmatig en blijft er een beetje over. Dat overschot heet de rest. Vermenigvuldigen en delen maken elkaar ongedaan, net als optellen en aftrekken.
Vermenigvuldigen telt dingen die in een raster zijn gerangschikt. Een theater met 4 rijen van 5 stoelen heeft 4 × 5 = 20 stoelen — je telt niet één voor één, je vermenigvuldigt rijen met stoelen. Delen is de omgekeerde vraag: 20 stoelen verdeeld over 4 gelijke rijen geeft 20 ÷ 4 = 5 stoelen per rij.
▶ Vermenigvuldigen en delen