Meetkunde en algebra van lineaire afbeeldingen, vectoren en matrices
Een vorm legt vast hoe de getallen in een array gerangschikt zijn: hoeveel assen hij heeft, en hoe lang elke as is. Eén los getal is een scalar. Een rij getallen is een vector. Een rechthoekig rooster is een matrix. Zodra je drie assen of meer nodig hebt, grijpen mensen naar het woord tensor: elke array met om het even hoeveel assen. Dat is de betekenis die deze les gebruikt, degene die je tegenkomt in code en in papers. Het is een losser gebruik van het woord dan de "tensor" van een wiskundige (een multilineaire afbeelding met haar eigen algebra), maar het is wat elk deep-learningframework bedoelt wanneer het de vorm van een array afdrukt.
🔒 This is a Pro lesson — the interactive figure, worked examples, quiz and practice open with Pro access.
▶ Datavormen & tensoren